Het bleek hoe het vroege heelal anders was dan het universum waarin wij leven

Een onderzoeksteam onder leiding van Pierluigi Rinaldi van de Rijksuniversiteit Groningen in

Nederland bestudeerde gegevens van ruim 20.000 verre sterrenstelsels. Ze zijn verzameld met behulp van Hubble, Spitzer en het MUSE-instrument van de Very Large Telescope in Chili.

Instrumenten hebben zo ver in het verleden gekeken datonderzoekers konden sterrenstelsels bestuderen die tussen 11 en 13 miljard jaar geleden zijn gevormd. Bedenk dat de oerknal 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond. Het bleek dat 60 tot 90% van de sterren in het vroege heelal werden gevormd in sterrenstelsels met een uitbarsting van stervorming.

In dergelijke sterrenstelsels vindt stervorming plaats metzeer hoge snelheid vergeleken met hetzelfde proces in de meeste sterrenstelsels. De snelheid van stervorming in de Melkweg is bijvoorbeeld ongeveer 3 zonsmassa's per jaar, terwijl het in starburst-sterrenstelsels 100 zonsmassa's per jaar kan bereiken. Als deze snelheid zou worden gehandhaafd, zou het gas in de sterrenstelsels veel sneller eindigen dan tijdens hun leven.

Uit de analyse bleek dat in de eerste paar miljardjaar na de oerknal werd 20 tot 40% van alle stervormende sterrenstelsels gekenmerkt door uitbarstingen van stervorming. Tijdens deze groeispurt verschijnen 60 tot 90% van de nieuwe sterren in sterrenstelsels. Ter vergelijking: het universum is tegenwoordig veel rustiger. Slechts ongeveer 10% van de nieuwe sterren wordt geboren in starburst-sterrenstelsels.

Lees verder

Kernfusie heeft geen miljoenen graden meer nodig: hoe de nieuwe methode werkt

Wetenschappers hebben ontdekt dat stedelingen zich slechter oriënteren in de ruimte dan dorpelingen

Het menselijk genoom is voor het eerst volledig ontcijferd